RECES
Coördinator: Ilse Vanderstukken
Onderzoeksmedewerker: Gwen Verhulst
De stichting Euregio Maas-Rijn groeide door de jaren heen uit tot een evenwichtig bestuursorgaan en is de enige onder vele andere Euregio's (+/- 110 in heel Europa) die zichzelf de trotse bezitter van een Euregioraad mag noemen. In de Euregio Maas-Rijn - die bestaat uit de provincie Belgisch Limburg, de provincie Nederlands Limburg, province de Liège, Deutsch Sprachige Gemeinschaft en regio Aachen - ontsponnen sinds haar oprichting velerlei projecten en fantastische samenwerkingsprocessen. Het RECES-project volgt in deze rij.
De Euregio Maas-Rijn is toe aan een nieuwe uitdaging. Een Europese realiteit volgende, onderkent ook de Euregio Maas Rijn het bestaan van bevolkingsgroepen die om verschillende en vaak velerlei redenen slachtoffer zijn van sociale uitsluiting en armoede. Om deze maatschappelijke tendens op een grensoverschrijdende en daardoor misschien zelfs meer efficiënte manier tegemoet te treden en tegen te gaan, biedt het RECES-project de nodige hulp bij het grensoverschrijdend opbouwen van netwerken van niet gouvernementele organisaties (NGO's) en openbare diensten die deze verarmde en buitengesloten bevolkingslagen tot hun doelgroep tellen.
Het Euregionale grensgebied herbergt een rijkdom aan initiatieven die zichzelf dagelijks voor het verbeteren van de sociale cohesie en leefbaarheid van onze maatschappij inzetten. Middels het begeleiden van tot dan toe buitengesloten personen in de beroepspraktijk, het bemiddelen in (beroepsgerichte) cursussen en taallessen (alfabetiseringscursussen), middels sociaal-maatschappelijke en/ of psychosociale hulp- en dienstverlening, met behulp van creatieve methodieken zoals kunst, theater, muziek of simpelweg middels het zijn van contactpersoon tussen de hulpbehoevende en de diensten en instanties helpen dit soort initiatieven de balans in onze samenleving te behouden.
Tijdens het op 29 en 30 januari 2004 te Luik georganiseerde ‘Start-Up Forum' werden de strategieën die het netwerk en haar omgeving gaan ondersteunen, ontvouwen en werden de tot op heden +/- 1250 geïdentificeerde NGO's alsook openbare diensten uitgenodigd hun steentje aan het netwerk bij te dragen. Het uitgebreide werkveld waarbinnen de bestrijding van sociale uitsluiting zich bevindt en diens verscheidenheid zal als basis dienen voor het ontwikkelen van nieuwe, multidisciplinaire integratietechnieken en -instrumenten en zal het de organisaties en diensten mogelijk maken hun doelgroep(en) op een andersoortige manier te kunnen bereiken. Het netwerk zal er meer in het algemeen toe bijdragen de capaciteit tot het kunnen integreren van de in onze samenleving aanwezige segmenten alsook de communicatie tussen verschillende sociale milieus en leeftijdsgroepen te bevorderen.
De projectpartners en het RECES-netwerk worden wetenschappelijk bijgestaan door projectpartners afkomstig uit verschillende Euregionale hogescholen en universiteiten. Onder leiding van de Universiteit van Luik (UlG) worden er op jaarbasis volgens wetenschappelijk nauwkeurig uitgewerkte en gemeenschappelijke indicatoren op methodische wijze Euregionaal verslag gelegd over de huidige sociale situatie in de deelregio's van de Euregio Maas-Rijn.
De wetenschappelijke partners gaan vanuit het onderzoek dat gebeurt colloquia en seminaries organiseren. Er wordt ook een driejaarlijks rapport opgesteld.
De seminaries hebben 2 doelstellingen:
- Het presenteren van het lopende onderzoek naar inclusie in de Euregio Maas-Rijn
- Het opstellen van rapporten per regio
De jaarlijkse colloquia vinden telkens plaats in een andere regio. In Wallonië gingen reeds 2 colloquia door: het start-up forum in 2004 en een forum rond het thema burgerschap en sociale integratie. Bij deze gelegenheid behelsde onze bijdrage verschillende visies op inclusie uit Limburg, Vlaanderen en België. Deze werden ons uit de doeken gedaan door Doris Dubois, Jacinta De Roeck, Marino Keulen, Steve Stevaert, Sonja Claes en Stef Vandebroek.
Het volgende colloquium heeft plaats in Maastricht in maart 2007.
Het eindrapport zal bestaan uit een theoretisch gedeelte, een statistisch gedeelte, best practices en de uitwerking van specifieke onderzoeksthema’s per regio.
|